Slapen is een complex biologisch proces.
Mede door de technologische ontwikkelingen en vele onderzoeken in z.g. slaaplaboratoria is de kennis over de biologische aspecten van slaap de laatste jaren enorm toegenomen.
Maar aan slaap zijn natuurlijk ook psychologische aspecten te onderscheiden: slapen is ook gedrag waar ieder individu zijn eigen vorm aan geeft.

Slapen doe je iedere dag, je leven lang. Daardoor ontwikkel je een patroon van gewoonten, rituelen en ook gedachten en gevoelens die met het slapengaan, samenhangen.
Iedereen heeft een leergeschiedenis t.a.v. slapen.

Symptomen:
Niet in slaap kunnen komen, niet goed door kunnen slapen, onrustig slapen, veel dromen of nachtmerries hebben, overdag niet uitgerust zijn, concentratie problemen, snel geïrriteerd, evenwichtsstoornissen, e.d.

Behandeling:
Waar het bij slaapproblemen (voorbijgaand en/of kortdurend) en slaapstoornissen (langer dan 3 tot 4 weken) om gaat is de negatieve houding ten opzichte van het slapen: de negatieve gedachten en –gevoelens.
Slaapproblemen laten zich gemakkelijk oplossen door het te bespreken, wat adviezen en het mogelijk tijdelijk voorschrijven van een slaapmiddel.
Bij slaapstoornissen bijkt therapeutische maatregelen oplossend te werken omdat ze de specifieke oorzaak en de symptomen aanpakken.
Wat ligt er onbewust ten grondslag aan de stoornis, welk deel van jou persoon weerhoudt je ervan in de slaap te gaan, in hoeverre heeft het te maken met vroeger.
Voor deze aspecten zijn bepaalde technieken te gebruiken, o.a. egostate, naar de kleine van vroeger te kijken, soms regressie.